In Memoriam:

In Memoriam bestuurslid SHSJZ  
Lies Harwig 1939-2022

(foto: Ben Houdijk.)
In de nacht van zondag op maandag 17 januari 2022 is totaal onverwacht op 82-jarige leeftijd, overleden, ons bestuurslid vanaf het eerste uur: Elisabeth (Lies) Harwig.
Afgelopen zaterdag werd zij in de vroege ochtend geheel verlamd wakker. Ze is ogenblikkelijk naar het VU-ziekenhuis in Amsterdam vervoerd, waar al heel snel bleek dat het ruggenmerg in haar nek beklemd was. Een operatie werd overwogen, maar door Lies afgewezen. De overlevingskans en eventueel herstel zou minimaal zijn geweest. “Ik heb genoeg meegemaakt in mijn leven”, fluisterde ze, want ook haar stembanden functioneerden nauwelijks.
Haar levensgezel Sanneke Stout, waar Lies al 53 jaar mee samen is, was bij haar, maar voelde zich vanzelfsprekend volledig overvallen. In die late zondagmiddag, belde Sanneke mij op, en vertelde me dat Lies stervende was.
Ik was verbijsterd en ontdaan. Inderdaad: overvallen. Ik had Lies nog kortgeleden gesproken en we zouden nog deze week met elkaar vergaderen. Er mankeerde haar ogenschijnlijk niets.
En nu, zo plotseling, bleek zelfs afscheidnemen niet meer mogelijk. Wat kon ik nog zeggen? Ik vroeg Sanneke om onze liefde aan Lies over te brengen. Nog geen twaalf uur later, midden in diezelfde zondagnacht, om half drie, stierf Lies.
Mijn bestuur dat ik maandag direct informeerde, verdoofd van verdriet achterlatend.
Onze Lies, de moeder van onze Hellship-stichting, was niet meer onder ons. De grote vraag, hoe kan dit nou, zo snel, zo onverwacht, werd niet beantwoord. Het ging juist weer goed met haar nadat ze afgelopen jaar een tweede heupoperatie goed had doorstaan. Ze bleef alleen nog duizelig van tweemaal een langdurige narcose in één jaar, maar de revalidatie verliep voorspoedig. We gingen opgewekt, Lies was altijd blij als we belden, het nieuwe jaar in. Ze was sneu dat haar Kerstkaart niet bij me was aangekomen. Die kwam wat later. Een kaart met een stadsbeeld van Rome. Ik maakte daarop nog een grapje: dat dat de reden voor de vertraging was: Rome lag wel erg ver weg.
Lies en ik kennen elkaar vanaf 2008, 14 jaar. Ze was toen secretaris van de BEGO, de voorloper van de SHSJZ en samen met de voorzitter, Freddie Cochius, groot voorstander om de jaarlijkse herdenking van de Hellships over te dragen aan een nieuwe, jongere, generatie nabestaanden. De organisatie viel het BEGO-bestuur langzamerhand te zwaar. In 2012 richtte ik met dat doel de SHSJZ op, maar vroeg Lies en Marjet Cochius om samen met de jongere bestuursleden ook in mijn bestuur zitting te nemen. Zij beiden konden niet alleen de eerste generatie nabestaanden vertegenwoordigen, Lies kende de meesten persoonlijk, maar vooral ook de geschiedenis van de Hellships aan ons overdragen. Lies en Marjet namen mijn uitnodiging met veel plezier en heel gemotiveerd aan.
Lies zou de afgelopen 10 jaar het geheugen van de Stichting worden; en als ervaringsdeskundige vooral mijn persoonlijke gids in herdenkingen-land.
Ze introduceerde me bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei in Amsterdam, bij de St. Herdenking 15 augustus 1945 in Den Haag. We gingen samen naar allerlei vergaderingen, symposia en natuurlijk naar de nationale herdenkingen. Samen naar De Dam op 4 mei, samen naar Den Haag op 15 augustus. In weer en wind, in kou en soms in poncho gekleed tegen een enorme stortbui. Lies was er, en bleef.
We herkenden elkaar in ons familieverhaal. Haar ouders, zeker haar vader, spraken niet of nauwelijks over de traumatische ervaringen in Ned. Indië. Het sloot naadloos aan met het “verzwegen verleden” van mijn grootouders en hun kinderen. Maar ook Lies was zwijgzaam over haar eigen ervaringen in Indië. Uiteindelijk was ze zelf een kind dat, geboren in 1939, als 3-jarig meisje samen met haar moeder en broer in kamp Ambarawa terechtkwam. Hetzelfde kamp als mijn grootmoeder en haar kinderen. Haar vader werd krijgsgevangen gemaakt en werd na een vreselijke kamptijd op een Hellship van Java naar Sumatra getransporteerd. Het gezin Harwig overleefde, ook haar vader. Hoewel niet voor haar oren bedoeld, hoorde zij als tienjarig meisje haar vader een keer over die gruwelijke Hellship-reis aan haar moeder vertellen. De zinnen zou ze nooit vergeten: “we werden in het ruim gesmeten zonder eten, drinken of frisse lucht. Na de torpedering vochten de overlevenden soms om het hardst om op drijvende planken een plaats te veroveren. Daarbij werden vaak medegevangenen het water ingeduwd. Hoewel niet voor mij bestemd, heb ik die zinnen allemaal opgeslagen”, vertelde Lies nog in 2017 in een uitgave van het Nationaal Comité 4 en 5 mei over herdenken in Nederland.
Toen ze veertien was, in 1953, stierf haar vader, aan de gevolgen van de oorlog. “Het was een gesloten, ernstige en boze man geworden”, zei Lies. Die rot oorlog zou ook Lies, haar hele leven blijven tekenen.
Lies heeft zich in haar werkzame leven, in dienst gesteld van kwetsbare mensen, eerst als fysiotherapeute, later als maatschappelijk werker. Ze werd regiomanager maatschappelijk werk in Amsterdam, maar was ook al in de zeventiger jaren betrokken bij de opvang, erkenning en behandeling van kinderen die in de kampen hadden gezeten.
Daarnaast zette ze zich al vroeg in voor het herdenken van de slachtoffers van de oorlog in Zuid-oost Azië, via de BEGO en vanaf 2012 met de SHSJZ, die zich specifiek richtte op de herdenking van alle meer dan 175.000 slachtoffers van 230 Japanse Hellships.
Lies was en bleef, in al haar bescheidenheid, tot op het laatst een zeer strijdbare en moedige vrouw. Ik heb haar onoplosbare meningsverschillen tussen mensen zien beteugelen; ik heb haar boos, nee, kwaad gezien bij onrecht. Ze was geboren in Semarang op Midden-Java, maar werd opgesloten in een kamp omdat ze wit was, zo vertelde ze. Ze wilde dat de Indische herdenkingen meer ingebed zouden worden in onze cultuur om hedendaags racisme tegen te gaan. Ze wilde dat de huidige jongeren met de kennis van de geschiedenis in gelijkwaardigheid zouden samenleven, en bouwen aan een nieuwe tijd. Ja, Lies stond ergens voor.
Maar bovenal was Lies een hele lieve en hartelijke vrouw; ik, nee, wij allemaal, hebben veel aan haar te danken. We zullen haar ongelooflijk missen, maar nooit zoveel als Sanneke, haar familie en haar dierbare vrienden.
Lieve Lies, je was een voorbeeld voor me, voor ons!
Rust in vrede.
drs. Heiko Roelfsema (voorzitter SHSJZ)


________________________________________________________________________________________________


Willem Punt (1921-2021)

Op woensdag 15 september 2021 is in de vroege ochtend in zijn slaap onze pater familias, Willem Punt, op 100-jarige leeftijd overleden.

Willem was de meest bekende overlevende van de Junyo Maru, het Hellship dat op 18 september 1944, op 3 dagen na, 77 jaar geleden, in een kwartier verging bij Benkoelen in de Indische Oceaan na de inslag van twee torpedo’s afgevuurd door een Engelse onderzeeër.

Slechts 880 van de 6500 geallieerde krijgsgevangenen en romusha’s overleefden deze tragedie. Willem Punt was er een van. Na twee dagen en nachten in zee gedreven te hebben, werd hij gered door een Japans korvet om alsnog vervoerd te worden naar de Pakan Baroe-spoorlijn voor dwangarbeid. Hoewel 82.000 mannen het leven lieten bij de aanleg van deze spoorlijn, overleefde Willem ook die bittere tijd.

Het Hellshiptransport volgde op een aantal jaren gevangenschap in het Jappenkamp Struiswijk, waar hij zichzelf, onder leiding van zijn “leraar” en vriend jhr. Hugo Loudon, schoolde in de zeevaartkunde, waardoor hij het examen voor derde stuurman cum laude kon afleggen. “Van ketelbinkie tot stuurman”, zei hij later, zeker, maar zodoende kon hij wel een mooie carrière als zeeofficier op de Grote Handelsvloot bij Shell opbouwen. Samen met zijn vrouw Will die hij bij thuiskomst in Nederland in 1946 op een dansfeest had ontmoet, werd hij permanent gedetacheerd op Curaçao. Willem en Will kregen twee kinderen; een zoon en een dochter.

In de negentiger jaren bezocht Willem samen met andere overlevenden en nabestaanden van slachtoffers van de Hellships, de jaarlijkse Hellship-herdenking; eerst in Loenen, later op het landgoed Bronbeek, georganiseerd door de BEGO. Tijdens deze herdenkingen sprak Willem ronduit en in detail over zijn ervaringen op de Junyo Maru en zijn overlevingsstrijd vlak na de torpedering.

Hoewel de meeste overlevenden van de Japanse zeetransporten zwegen en bleven zwijgen, was Willem bereid om bij herhaling zijn verhaal te vertellen. Interviews in kranten, documentaires en op televisie verschenen en uiteindelijk vertelde hij in 2018 zijn hele levensverhaal aan Nicola Meinders, de vrouw van zijn kleinzoon Harald. Onze stichting SHSJZ was heel blij om deze schitterende biografie onder de titel “Survivor” te kunnen laten uitgeven.

Toen de SHSJZ de herdenkingen bij het monument op Bronbeek in 2012 overnam van de BEGO vormden de overlevenden en nabestaanden langzamerhand een familie, een Hellship-familie, met als pater familias, Willem Punt. Vanzelfsprekend. In die jaren kon hij tijdens een herdenking nog op een stoel bij het monument gaan zitten en voor onze hele herdenkingsfamilie, zonder voorbereiding of tekst, vrijuit zijn herinneringen uit de oorlog verwoorden. In de zon, breed gesticulerend, zonder enige schroom, vol levenskracht en energie sprak hij honderduit. En vooral altijd met een glimlach. Ongelooflijk. Maar door deze positieve uitstraling begrepen we allemaal dat je daarmee wel een jappenkamp, een torpedering en dwangarbeid kon overleven én 100 jaar worden.

Zo werd Willem Punt een groot voorbeeld voor ons om te begrijpen dat je met zo’n instelling verschrikkelijke ervaringen kon verwerken, maar vooral leerden we dat je je verhaal moest vertéllen, moest delen, hoe ellendig ook. Willem kon dat. Het maakte mogelijk dat hij in 2013 de zonen van zijn kampvriend Hugo Loudon, Aarnout en Francis Loudon, kon vertellen hoe de laatste uren van hun vader waren geweest. Het sloot een open wond in de verhaal van de familie Loudon. Het zou hen daarna, tot nu, innig verbinden.

Op 9 september jl. overleed Aarnout Loudon, de voorzitter van onze SHSJZ-Raad van Advies, op 84-jarige leeftijd, zes dagen (!!) voor Willem Punt.

Met grote dankbaarheid en vol liefde, kijken we terug op deze twee mannen, hun lotsverbondenheid en hun betekenis voor de bevordering van de bekendheid van de geschiedenis van de Hellships.

Willem Punt sluit een leven af van 100 jaar. Een eeuw. Het was een afgerond verhaal geworden, vond hij zelf, zeker toen twee maanden geleden zijn zo geliefde Willy overleed. Hij laat een prachtige familie van kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, én een Hellshipfamilie die hem nooit zal vergeten.

Zijn gulle lach, zijn dansjes in de Kumpulan tijdens onze reünie en zijn enthousiaste aanwezigheid: wat zullen we hem missen.

Maar we koesteren zijn leven, zijn verhaal en zijn vriendschap.


Vaar wel, Willem

Heiko Roelfsema, Voorzitter SHSJZ


_______________________________________________________________________________________________________

Jhr. mr. Aarnout Loudon

De SHSJZ is diep bedroefd over het verlies van hun voorzitter van de Raad van Advies, Jhr. mr. Aarnout Loudon. Overlevenden en nabestaanden van de 185 Hellships verliezen niet alleen een steunpilaar in onze stichting, maar vooral een buitengewoon bescheiden en beminnelijk voortrekker en stimulator om het verhaal van de Hellships inhoud en gezicht te geven. Dankzij met name zijn inspanning kon ons monument in Bronbeek uitgebreid worden met 185 naambordjes van alle Hellships.
Vorige jaar kon hij tijdens de Nationale Indiëherdenking 15 augustus 1945 zijn verhaal over zijn vader die omkwam tijdens
het Japanse zeetransport op de Junyo Maru, vertellen. Het werd op de Nationale televisie uitgezonden.

Wij zijn hem veel dank verschuldigd en verliezen in hem vooral een vaderlijke vriend.


Moge hij in vrede rusten, Heiko Roelfsema, voorzitter SHSJZ


15 september 2019. Zijn laatste roos bij de Junyo Maru, van links naar rechts, Aarnout Loudon, Talita Loudon, Heiko Roelfsema, Willem Punt, dochter Marga Punt en achterkleindochter Punt




______________________________________________________________________________________________________



Henk Hovinga (1931-2021)

Na een lang ziekbed is thuis Henk Hovinga overleden. Wij kennen Henk Hovinga (1931) natuurlijk van zijn enorme kennis van de geschiedenis van de Pakan Baroe spoorlijn. Langer geleden reisde Henk als verslaggever jarenlang rond de wereld, voor weekbladen, radio en televisie. Hij specialiseerde zich uiteindelijk in Azië en Indonesië in het bijzonder. Hij verzamelde tijdens zijn tientallen reizen naar Indonesië materiaal voor actuele rapportages en documentaires over de Japanse bezetting van toenmalig Nederlands Indië. Deze historische specialisatie leidde uiteindelijk tot het standaard boek over de geschiedenis van de Pakan Baroe spoorlijn op Sumatra "Op dood spoor" en de bijbehorende documentaire "Eindstation Pakan Baroe".

Zie verder de site van de Stichting Herdenking Birma Siam en Pakan Baroe Spoorlijnen (SHBSS) Edu Harms https://www.shbss.org/cum-sociis.../henk-hovinga-overleden/ 


_________________________________________________________________________________________________________

Dick Büchel van Steenbergen (1920-2019) 



Foto’s Arjan Vrieze


Al jaren sprak ik als voorzitter van de SHSJZ tijdens de jaarlijkse herdenking van de slachtoffers van de Japanse zeetransporten op het Landgoed Bronbeek onze eregast Willem Punt toe. Ik zei dan: “Willem, je bent de enige nog levende overlevende van de Hellships, voor zover wij weten.” 

Maar sinds 2018 moest ik mijn welkomstwoorden aanpassen. In voorbereiding op die herdenking had de staf van Admiraal Bauer twee totaal onverwachte vondsten in hun archieven gedaan. Er bleken nóg twee overlevenden, in alle opzichten vitaal, onder ons te zijn. Maurits Baal,95 jaar, woonachtig op Bronbeek en Dick Büchel van Steenbergen, 98 jaar, wonende te Waalre. 

Ik was Dick wel eens tegenkomen op andere herdenkingen, waar hij bekend stond als de langst-levende Nederlandse overlevende van de atoombom op Nagasaki. Maar juist door het ongelofelijke feit dat hij die bom, die slechts 2 km van hem af neerkwam, had overleefd was alle aandacht naar dát onderdeel in zijn levensverhaal gegaan en was nooit (ook bij mij niet) de vraag opgekomen hoe hij in Nagasaki terecht was gekomen. 
Maar zoals in juli 2018 bleek, was hij in twee etappes naar Japan vervoerd. Twee helletochten op twee verschillende Hellships: de Maebashi Maru en de Hawaii Maru. 

Direct nadat ik dit bericht ontving, heb ik Dick opgebeld. Toen ik hem vertelde dat ik enorm blij was hem gevonden te hebben, zei hij: “wel een beetje laat, meneer Roelfsema”. Ik bood mijn excuses aan, maar vroeg hem hoe ik hem ooit als Hellship-overlever had kunnen vinden als hij er al die 73 jaren na de oorlog nooit bij ons over had verteld?” “Dat is ook wel weer waar”, zei hij. Ik nodigde hem gelijk uit om naar de jaarlijkse herdenking te komen. Hij nam de uitnodiging direct aan, mits zijn dochter hem kon rijden. En Dick was er op die zaterdag in september 2018. Bij ons monument op Bronbeek. Net als Maurits Baal en Willem Punt. Drie overlevers op een rij: Dick Büchel van Steenbergen (98), Willem Punt (97) en Maurits Baal (95). Een ongelooflijk bijzonder driemanschap. En de Commandant der Strijdkrachten, Admiraal Bauer sprak hen warme woorden van diep respect toe. 

Na afloop zaten de drie mannen naast elkaar in de Kumpulan en signeerden het boek van Willem Punt “Survivor” dat die dag het daglicht zag. Een boektitel die wonderbaarlijk genoeg op hen alledrie kon slaan. 
Na afloop van deze memorabele herdenking, namen we afscheid, in de hoop elkaar in 2019 weer op dezelfde plek te ontmoeten. 

Het bestuur van de Stichting Slachtoffers Japanse Zeetransporten in Zuid-Oost Azië (19420-1945) is dan ook zeer geschrokken toen hen het totaal onverwachte bericht bereikte dat “vader, opa en broer”, Dick Büchel van Steenbergen, geboren Indramajoe 17 juni 1920, op woensdag 10 juli te Eindhoven was overleden. 
Zo kort na zijn 99ste verjaardag en onze uitnodiging van 8 juli om ook dit jaar bij de herdenking op Bronbeek aanwezig te zijn. Dat laatste mag niet meer zo zijn. We zullen hem missen. 

We hopen van harte dat zijn laatste levensjaar in vrede is verlopen na zo’n lang en bewogen leven, en zullen hem zondag 15 september tijdens onze herdenking vanzelfsprekend gedenken bij ook “zijn” monument vol herinneringen. We zullen bloemen leggen bij de scheepsnamen Maebashi Maru en Hawaii Maru te midden van die andere 184 namen van Hellships. 

Wij wensen de familie van Dick sterkte toe met dit grote verlies en hopen op een voor hen gedenkwaardig afscheid tijdens de crematieplechtigheid op woensdag 17 juli aanstaande. 

In gedachten zijn wij bij hen. 

Namens het bestuur SHSJZ, overlevenden en nabestaanden, 

drs. Heiko Roelfsema 
Voorzitter SHSJZ

________________________________________________________________________________________________________

Een ode:


Mijn verhaal:

Bianca Garnier dochter van Paulus Henri Reinaldo Garnier. Wij waren nog te klein, om veel van onze vader te herinneren. Hij is gesneuveld en heeft gevochten voor onze vrijheid. Wij missen onze vader heel erg, hij heeft een bijzondere plaats in ons hart ingenomen. Wij gedenken hem en dat hij ruste in ere en vrede. Onze moeder en oma hebben goed voor ons gezorgd in die moeilijke tijd om te overleven. Wij zijn heel erg dankbaar, dat ze er voor ons waren toen wij ze nodig hadden.


Achternaam: Garnier

Voornamen: Paulus Henri Reinaldo

Geboren: 13-01-1916 te Ambon (Molukken) in Indonesie.

Nationaliteit: Nederlander

Rang: Beroeps Sergeant Infanterie

Unit: Infanterie XV Bandoeng, krijgsgevangene Japan

Stamboeknummer: 91084

Overleden: 25-06-1944 (zeemansgraf) ten gevolge van de ondergang van het Hellship “TAMAHOKU MARU”, nabij Nagasaki.

Gezinssamenstelling: Echtgenote, 2 zonen en 1 dochter.


                                                                                                                                                                                                


mr. Jop Drijber, lid van onze Raad van Advies, oud-burgemeester van Arnhem, Zwolle en Middelburg, is op 22 juni 2016 op 92-jarige leeftijd overleden.

Jop Drijber is in 1924 geboren in Malang op Oost-Java en was erevoorzitter van de vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Jop was als nabestaande, zijn broer is in 1944 omgekomen tijdens de torpedering van de Junyo Maru, een trouw bezoeker van eerst de herdenking van de Junyo Maru in Loenen (BEGO) en daarna van de herdenking van alle slachtoffers van alle Hell Ships door de BEGO en SHSJZ op Landgoed Bronbeek. Vlak na de oprichting van de SHSJZ in 2012 nam hij, als eerste, zitting in de Raad van Advies van onze stichting. Hij bleek een groot voorstander van het initiatief om ‘onze’ herdenking in navolging van de BEGO voor te zetten.

De uitbreiding van ons monument afgelopen jaar vond hij fantastisch; de onthulling ervan woonde hij ondanks zijn broze gezondheid bij. Het verdriet mij dat nu blijkt dat het zijn laatste herdenking is geworden.

Begin januari sprak we hem nog tijdens de Nieuwjaarsreceptie op Bronbeek. Een glaasje jenever in de hand en nog altijd vitaal van geest.

Wij herinneren hem in grote dank en respect.

Vanzelfsprekend zullen wij hem op passend wijze in ons aller gedachten brengen tijdens onze komende herdenking op zaterdag 10 september 2016 op Bronbeek.
De uitnodigingen zullen eerdaags verzonden worden. Ik hoop u daar weer te mogen ontmoeten.

Namens het bestuur SHSJZ
Heiko Roelfsema
Voorzitter


2015.        

Monitored by BelStat - Your Site Counts